“Voordat het een ritueel was, was het een revolutie.” Rolinka Klein Kranenburg nam ons mee naar een heuvel in Noord-Israël, 2000 jaar geleden, waar Jezus zijn leerlingen een gebed leerde in hun eigen spreektaal — het Aramees. Niet in de heilige taal van de godsdienst, maar in de taal van het hart. Dat kleine gebaar opende de weg naar God voor iedereen. En dan die twee eerste woorden: onze Vader. Niet mijn Vader. Zodra je dat uitspreekt, staat de ander er ook — je geliefde, je buurman, de mensen in Oekraïne, Gaza, New York. “Dat woord alleen al is een kleine barst in de grenzen die wij voortdurend tussen mensen optrekken,” zei Rolinka. Ze laat je achter met een vraag die blijft hangen: wie neem jij mee als je bidt?
Bijbel bij deze viering: Matteüs 6:7–10 en Exodus 3:1–6 en 13–15
Muziek en video uit deze viering: De viering opende met een filmfragment over het Onze Vader — indrukwekkend gemaakt, en direct het hart van de overweging. Bekijk het hier: The Lord’s Prayer. Na de overweging klonk een lied dat de naam van God verwoordt als ruimte en tijd, houden van elkaar — bekijk het op dit filmpje aansluitend op de overweging.
De overdenking start rond minuut 36:00. Kijk de hele viering terug.
Rolinka heeft op haar pols de letters ABBA in het Hebreeuws laten tatoeëren — na het overlijden van haar vader. Elke keer als ze de zegen geeft en haar armen omhoog doet, ziet ze die letters. “Dan zegt mijn vader een beetje mee,” vertelde ze. Het maakte de zegen aan het eind van deze startzondag extra stil en bijzonder.
Zien we je aanstaande zondag om 10.00 uur in Theater De Kamers? Rolinka gaat dan verder met de volgende regel van het Onze Vader.

