“Ik heb mijn ziel tot rust gebracht” — niet: ik wás rustig, maar: ik heb er iets voor moeten doen. Rolinka Klein Kranenburg opende Psalm 131 als een kleine, bijna verstilde zomergids. Ze beschreef hoe een gespeend kind — verzadigd, zonder te hoeven bewijzen — eenvoudig ligt in de armen…
Meer lezen