De doop van Jezus 12 januari 2020

Ter inleiding en als Kyrie:

Een antropoloog bestudeert een stam ergens in Afrika. Hij zet een mand neer vol met vers fruit. Hij zet alle kinderen op enige afstand op een rij en zegt dan tegen de kinderen: wie het eerst bij de mand is mag hem helemaal hebben. Tot zijn verbazing ontstaat er geen wedstrijd wie van de kinderen het eerste bij de mand is. Zonder enig overleg geven alle kinderen elkaar een hand en samen rennen ze naar de mand toe en daar delen ze vrolijk met elkaar het fruit. Als de antropoloog vraagt waarom ze dit zo echt samen doen, zegt een van de kinderen: hoe zou ik in mijn eentje blij kunnen zijn als alle anderen verdrietig zijn? Ubuntu, sir, ubuntu!

Ubuntu: het betekent zoiets als: ik besta, ik ben, omdat wij zijn. Ubuntu is een traditioneel Zuid-Afrikaans concept en wordt belichaamd door mensen als Desmond Tutu en Nelson Mandela. In ubuntu is er geen ruimte voor competitie/wedstrijd, omdat er een sterk besef is van onderlinge afhankelijkheid. Het besef dat relaties deel uitmaken van wie je bent. Je verbondenheid met de mensen om je heen. Je hebt elkaar nodig om te bestaan. Je bestaat niet ‘op jezelf’.

Ubuntu is een concept dat alle relaties omvat. Ook bijvoorbeeld met je voorouders. In wat zij gedaan hebben, zoek je naar wat je kan inspireren om verder te gaan. En ook: in wat zij nagelaten hebben te doen, hun fouten, kunnen juist voor jou weer aanleiding zijn om het anders te doen. Hoe dan ook: je staat niet op jezelf, je komt ergens vandaan. We staan op de schouders van vorige generaties. We wandelen op een weg waar vele anderen voor jou hebben gelopen. Ik ben niet de eerste die leeft en ook niet de enige en zeker niet de laatste. Ubuntu, ik ben omdat wij zijn.

Ubuntu gaat ook niet alleen over mensen, maar ook over verbonden zijn met de omgeving, de aarde, de natuur, het landschap dat je omringt. Ubuntu betekent letterlijk: persoon. Je ziet de natuur dan als een persoon die aandacht vraagt en respect verlangt, en dan ook iets teruggeeft: bijv. voedsel, een thuis.

Ik heb t idee dat wij hier in ons samenleven, best een flinke scheut Ubuntu kunnen gebruiken. Het besef dat je verbonden bent met de mensen en de natuur om je heen. Of je het nu met ze eens bent of niet: jij bent, omdat wij zijn. Niet wij tegen zij, maar een wij. Er wordt bijna van alles tegenwoordig een wedstrijd gemaakt, van talkshow tot zangtalent, in de politiek en in de samenleving. In Nederland en wereldwijd. Ik hoef alleen maar Iran te zeggen, en u heeft er beeld bij. Mensen, landen, naties staan lijnrecht tegenover elkaar. We koppelen ons voortdurend los van de ander. Ubuntu, mensen… je bent niet alleen. Het gaat niet alleen over jou…

Ubuntu: kijk naar Australie. Met schrik heb ik beelden voorbij zien komen van de verwoestende kracht van het vuur. Prachtig om te zien hoe er wereldwijd hulp wordt verleend, hoe mensen geld inzamelen om op te bouwen. Dat is Ubuntu! Maar hoe intens verscheurend, dat een dergelijke natuurramp ook haar oorzaak heeft in ons onachtzame omgang met de aarde.

Ubuntu mensen…Ubuntu.

Van iemand die zo leeft, echt verbonden is met het grotere geheel zegt men in het zuiden van de wereld: hij, zij heeft ubuntu. Ik ben omdat wij zijn. Ik ben, omdat wij zijn.

Het leven is geen wedstrijd. Het zou mooi zijn, wanneer we iets meer als die kinderen uit het voorbeeld konden zijn. Dat we ons niet laten uitdagen om de winnaar te zijn, maar dat we een ieder een deel van het geluk gunnen. Mag dat een voornemen zijn dit jaar. Ubuntu…

Het verhaal

Bij de rivier de Jordaan staat een zonderling type…Johannes is zijn naam. Zijn woonplaats: de woestijn. Zijn dieet: sprinkhanen en honing. Zijn boodschap: bekeert U! Ga het anders doen! Begin opnieuw! Laat je dopen!

Als hij spreekt kijkt hij met een wilde en vurige blik om zich heen. Het is hem menens. Maar…roept hij erbij… ik doop dan wel met water, maar er komt er éen, die doopt met vuur en de Heilige Geest!

Hmmm.. dat klinkt nogal definitief. Allesverterend vuur…wat blijft er dan nog over van mij? Moet ik dan alles zomaar achter me laten? Ik vraag me af of ik dat wel aan zou gaan.

En…als Johannes er al zo woest uitziet, hoe moet die andere er dan uitzien?

Toch zijn er veel mensen die het water inlopen. Kennelijk is de behoefte aan een nieuw begin groot. Maar hoe lang duurt dat nieuwe begin dan?

Ik bekijk het wat met argus-ogen. Totdat er dan toch die ene aan komt lopen.

We lezen: Marcus1:  1 – 11

Lieve mensen van God,

Marcus heeft haast. Deze evangelist wordt ook wel ‘de evangelist van de haast’ genoemd. Niets geen romantisch geboorteverhaal met een ster en stalletje en herders enzo. Geen wijzen uit het oosten, of engelenkoren. Niets.

De andere evangelisten hebben alle registers open getrokken om maar duidelijk te laten weten: van meet af, nog voor zijn geboorte, was Jezus buitengewoon. Een koningskind van een totaal andere orde. Hemel en aarde werkten samen rond de geboorte van dit kindje, deze Jezus, die later, als ie groot is, God zichtbaar zal maken.

Mensen houden van een mooi en goed verhaal, en daar is niets mis mee. Het is nog elk jaar de bron voor een bijzonder mooi feest. Een waarachtig mooi feest, mag ik wel zeggen.

Maar goed, zo niet bij Marcus. Marcus pakt t anders aan. Snel en krachtig zweeft zijn pen over t papier.

De lezer moet snel weten waar t hem om te doen is: Jezus! Zoon van God. Punt.

Maar ja, de mensen zijn natuurlijk niet meteen goed in staat om Jezus als zodanig te herkennen. Ze moeten een beetje ‘opgewarmd’ worden. Nou ja, dat klinkt wat plat. Laten we zeggen: de mensen moeten er wel op voorbereid worden. En hoe beter dan met de oude teksten uit de Thora en de profeten. Die kennen ze! Ze kennen de verhalen over de profeten, die het volk aanspoorden om t anders te gaan doen. Ze kennen de belofte van een Messias, een gezalfde van God, die redden zal. Dan moeten ze wel hun leven beteren. Dat dan weer wel.

En zo neemt Marcus ons mee naar de oever van de Jordaan. Daar zien we Johannes, gekleed in een kamelenharen mantel. Net als de profeet Elia. Hij roept!

Begin een nieuw leven! Laat je dopen! Dan zal God je zonden vergeven.

Ik zie t wel een soort van voor me. Een grote mensenmassa aan de oever van de Jordaan. Het zal er ieder geval warmer zijn geweest bij de nieuwjaarsduik op Vlieland. (en de mensen hadden geen unox-muts op). Maar goed, toch. Er is een intens gedeeld verlangen om opnieuw te beginnen. Mensen voelden zich aangesproken door de oproep van Johannes. “Ja, ik wil het anders gaan doen”. Ja, mijn leven zoals het nu is, dat doet mij pijn. Ja, ik zou zo graag iets meer mens willen zijn, zoals ik bedoeld ben. Heel. Nieuw. Fris. Schoon”.

Ik weet, het is natuurlijk een verhaal door Marcus kort, maar treffend opgeschreven.

Ik krijg wél beeld. Juist omdat t zo kort is opgesteld. Er gebeurt heel veel in die paar regels.

Ik zie mensen naast Johannes staan. Ik hoor hen zeggen: ik wil t zo graag anders! Ik wil niet steeds weer de fout ingaan. Ik wil niet steeds weer, door n stommiteit, mijn verhouding met de ander en met God op het spel zetten. Nee!

En nergens wordt er een oordeel uitgesproken of iemand geweigerd of afgewezen. Iedereen komt. En ze worden een voor een, stuk voor stuk, door Johannes gedoopt.

En natuurlijk zijn ze niet meteen anders dan. Maar er is wel iets in hen veranderd. Dat zijn twee verschillende dingen.

Je bent nog steeds de mens die je was. En je zult nog steeds fouten maken en jezelf, de ander en God om en in je tekort doen. En toch… er is iets veranderd. Door zo bewust te zijn van wie je bent en wat je gemaakt heeft tot de mens die je nu bent en dat uit te spreken, en dat dat niet veroordeeld wordt. Je wordt er niet op afgerekend. Je wordt als het ware ‘ingerekend’.

Ingerekend, opgenomen, aangenomen, al die dingen. Bekleed met een soort laagje hemel… Zo stel ik me dat voor. Als een soort coating..

U ziet, ik laat me gaan. Opeens sta ik daar ook, bij al die mensen. Naast Johannes. Met mijn voeten in het water van de Jordaan. Zo gaat dat dus met een goed verhaal. Het trekt je naar binnen. Het gaat ook over mij, over jou.

Marcus schrijft door. Als het goed is, hebben zijn lezers de urgentie ervan al wel te pakken. Het is belangrijk wat hij verteld. Het is ook belangrijk hoe hij het opbouwt. Dat snappen we nu. We voelen het…

Johannes vertelde de mensen iets bijzonders!

Oh, nu moeten we gaan opletten. Nu komt t!

“Na mij komt iemand die veel machtiger is dan ik. Ik ben niet eens goed genoeg om zn schoenen uit te trekken.

Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de Heilige Geest. De Geest van God.”

En weer zoemt mijn innerlijke camera in op een beeld. Terwijl Johannes dit staat te roepen en de mensen verwachtingsvol knikken, want dat zal wat zijn zeg… loopt Jezus het water in.

En dan denk ik dus… Ze zijn familie. Jezus en Johannes. Maria was het nichtje van Elisabeth, de moeder van Johannes. Hoe zou dat dan geweest zijn? Marcus maakt er geen woorden aan vuil. De andere evangelisten laten ze nog even met elkaar in gesprek gaan. Ik moet door jou..nee..doe nou maar…

Laat mij zijn, zegt Jezus dan… Dat lezen we bij Matteus en Lucas.

Zo niet hier. Geen feest van herkenning, geen groet, high five of wat. In één beweging door wordt ook Jezus gedoopt. Zo terloops staat het er.

Maar waarom dan? Ik bedoel, dat heeft zo’n jongen toch helemaal niet nodig? Hij hoeft toch niet.. nou ja.. hij is toch al met de hemel bekleed?

Ja, dat denken wij, de lezer van nu. Wij hebben voorkennis. Wij wéten al dat Jezus die bijzondere mens is. Wij kennen immers de omstandigheden rondom zijn  geboorte. Vanaf zijn allerprilste begin werkten hemel en aarde al samen. Met die bril lezen wij ook dit verhaal. Maar vergeet niet, dat de lezer van het Marcus evangelie toen deze voorkennis niet had! Marcus is niet alleen het kortste en meest bondige evangelie, het was ook het eerste. Geschreven rond 70 na Chr. Veertig jaar na de dood van Jezus. Er waren nog geen engelenkoren aan te pas gekomen om Jezus’ betekenis voor de mensheid te duiden.

Voor Marcus is dit de geboorte van Jezus, de Zoon van God. Dit hier, in dat ene kleine terloopse zinnetje.

“Hij werd door Johannes gedoopt in de Jordaan”.

En dan!

Zodra Jezus uit het water stapt, zag hij de hemel opengaan. Uit de hemel kwam de Geest van God naar Jezus toe. Hij kwam naar beneden als een duif. En Gods stem klonk uit de hemel: Jij bent mijn Kind, mijn geliefde.

Nu is Jezus echt geworden. Dit is waar hij het vandaan haalt en zal halen. Hier begint zijn taak onder de mensen. Nu, met deze woorden. Met een opengescheurde hemel en een duif op zijn schouders. Boordevol van God is hij. Sprekend zijn Vader.

Nu wordt ook meteen duidelijk wat dat dan betekent: dopen met de Heilige Geest. De Geest van God.

Jezus zal je onderdompelen in de Heilige Geest, zei Johannes. Nu dan… zo ziet dat er uit.

Jij bent mijn kind, mijn geliefde. Zo ziet dat er uit. Het is meer dan een laagje hemel, meer dan een coating. Het is alles waar je zo naar verlangt te horen. Ik heb je lief. Ondanks alles, ondanks jezelf, hoe dan ook: ik heb je lief.

Vooraf aan alles wie je bent, gaan deze woorden. Ik heb je lief. En nee, je bent niet meteen een ander mens. Maar het verandert wel. Het verbindt je met iets dat groter is dan jij alleen. Dat je, hoe dan ook, bestaat in Liefde. Onlosmakelijk verbonden met God, God in jou, om jou heen, dat verbindt je ook met al die andere mensen, die bestaan in God. En dat zijn alle mensen. Zo zie ik dat. Alles bestaat in God. Ik ben, omdat wij zijn. Ubuntu

Het is wel verrekte moeilijk om dat dag aan dag te zien en zo te ervaren. Begrijp me niet verkeerd. Daarom is t zo goed dat we het zo nu en dan weer horen. Vooraf aan alles wie je bent, deze woorden: Ik heb je lief. Daar begint jouw verhaal mee. Daar begint dit jaar mee.

Fris en schoon stappen wij het water uit. Jezus staat op de oever van de Jordaan. Hij glimlacht. Jij ook, zegt hij, ja jij ook.

Zo begint Marcus zijn verhaal. Zo begint ook ons verhaal, vandaag, deze dag…

muziek

 

 

 

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.